Mag een statutair bestuurder zomaar worden ontslagen?

Bevoegdheid ava

Indien een statutair bestuurder van een bv wordt ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders, dan rijst nog wel eens de vraag hoe sterk de motivering van de aandeelhouders moet zijn. Hierover wordt verschillend gedacht. Zou een statutair bestuurder bijvoorbeeld worden ontslagen slechts omdat hij een slechte smaak van kleding heeft, dan is een dergelijk ontslagbesluit al snel in strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW, en daarom vernietigbaar. Het wordt moeilijker als de algemene vergadering van aandeelhouders een statutair bestuurder zou ontslaan die op zich goed functioneert, maar simpelweg omdat de aandeelhouders van mening zijn dat er een betere kandidaat is.

Aangezien de algemene vergadering van aandeelhouders normaal gesproken te allen tijde bevoegd is een bestuurder te ontslaan, zou ik menen dat de aandeelhouders in zo’n geval inderdaad bevoegd zijn de bestuurder te ontslaan. Een daartoe strekkend besluit zou niet door de rechter moeten kunnen worden vernietigd.

Toetsingsmaatstaf van de rechter

Toch is dit niet helemaal zeker omdat de wetgever niet helemaal duidelijk heeft gemaakt hoe de rechter dergelijke besluiten moet toetsen. Als het bijvoorbeeld gaat om contracten, dan mag een rechter slechts ingrijpen als een bepaalde contractbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Met het woordje ‘onaanvaardbaar’ is bedoeld tot uiting te brengen dat de rechter terughoudend moet zijn. Dit woord ontbreekt echter als het gaat om besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders. Het is dus niet uitgesloten dat de rechter hier een ruimere toets heeft.

De rechter moet in principe terughoudend zijn

Toch zou ik menen dat de algemene vergadering van aandeelhouders grote vrijheid heeft wat betreft de motivering van een ontslagbesluit, en de rechter dus terughoudend moet toetsen. Men moet ook niet uit het oog verliezen dat het met aandeelhouders nu eenmaal zo kan zijn dat deze er verschillende opvattingen op nahouden. De motivering van de ene aandeelhouder kan dus een andere zijn dan die van de andere aandeelhouder. Dit is reden te meer voor de rechter om terughoudend te zijn, en afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval (er is bijvoorbeeld sprake van willekeur of overwegingen van aandeelhouders die in strijd zijn met belangen van de vennootschap) zal de rechter moeten ingrijpen als er sprake is van misbruik van stemrecht door  aandeelhouders.

« Terug naar overzicht

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Door je aan te melden ga je akkoord met de privacy verklaring